September 2019

30-08-2019

Deze maand deel 2 van het verhaal van Henk Nienhuis, ex-profscheidsrechter en oud-bestuurslid van voetbalvereniging Veendam 1894, dit in verband met de viering in september 2019 van het 125-jarig jubileum van de Veendammer voetbalclub. Over bloeden als een rund, eergevoel , een gezonde wedstrijdspanning en veel meer.

Bloeden als een rund

‘Je weet dat tot 1974 alles onder één paraplu viel. In die tijd was ik secretaris van de amateursectie. In die zin zou je kunnen zeggen dat ik een van de grondleggers ben geweest van het scheiden van beide afdelingen. Een foto van het bestuur van destijds bij deze splitsing staat in het eeuwboek van de vereniging. Daar sta ik dus ook bij op.’

‘Maar goed, ik ging dus al vroeg met mijn vader en moeder naar het voetballen. Vaag kan ik me daar iets van herinneren. Het Vosje was er nog en langs het veld stond een houten tribune. Het blijven vage herinneringen. Toen ik acht jaar was, mocht ik zelf op voetballen. Het zal in 1959 geweest zijn. Eerder kon het niet. Al veel eerder liep ik met voetbalschoentjes en shirtjes achter mijn vader aan. Alleen kon ik nog geen lid worden. We deden destijds alles op de fiets. Als we tegen Noordster of PJC moesten voetballen, gingen we op de fiets naar Pekela.’

‘Bij de pupillen speelde ik onder anderen met Jan Lubben. Ik herinner me iets bijzonders. We zouden naar PJC op de fiets. Het zou mijn eerste wedstrijd worden. Jan Lubben woonde in de Jakob Bruggemalaan en ik in de Vredenrustlaan. Ik haalde Jan op en we fietsten samen over het Beneden Westerdiep waar dierspeciaalzaak Natura was. We fietsten langs het water. Visboer Harm Nanninga moest met z’n VW-busje uitwijken. Het busje scheerde zo dicht langs me dat de rechterspiegel me vol in het gezicht raakte. Ik had een behoorlijke hoofdwond en bloedde als een rund. Nanninga stapte uit z’n vehikel, pakte kranten, waarin hij normaliter de vis in verpakte, en drukte deze tegen m’n gezicht. Vervolgens vervoerde hij me naar de huisarts waar de wond gehecht werd. Maar ik speelde mijn eerste wedstrijd dus niet. Dit blijft je altijd bij. Het litteken zit er nu nog.’

‘Of ik toen al opkeek naar de eerste elftalspelers? Nee, dat kwam pas later. Ik was geen supertalent en speelde niet in de hoogste jeugdelftallen. Later toen ik een jaar of zestien, zeventien was, veranderde dat. Ik kwam bij de A-1 selectie. Leo Beenhakker kwam net naar Veendam. Hij ging ons bijvoorbeeld ook trainen. Een fabuleus iemand. Wij jongetjes uit de provincie en hij uit het westen van het land. Zijn oefenstof was fantastisch. We trainden met plezier. We deden oefenvormen die we anders nooit kregen. Het was vaak veel loopwerk. Nu ging alles met de bal. De verbaal sterke Beenhakker was voor ons een verademing. Wij hadden zoiets van: oeps, wat gebeurt hier! Dit herinner ik me heel erg goed. Het grappige is dat hem later in mijn scheidsrechterscarrière weer tegenkwam. Toen kregen we op een heel andere manier met elkaar te maken.’

‘Verder herinner ik me de legendarische Tinus van der Pijl. Bij hem leerde ik koppen. Daarvoor had hij speciale kopgalgen. Dat zie je tegenwoordig niet meer. Het voetbal is ook zo geëvolueerd. Na de A-jeugd heb ik een paar wedstrijden bij de betaalde jeugd gespeeld met onder meer Henk Wollerich, Adri en Hans Jager, Hanno en Jan Feiken. Ik heug me nog dat we een keer tegen Ajax 2 aantraden. Ruud Suurendonk deed daarin mee. Ik was zeker geen vaste basisklant maar maakte de ontwikkeling wel mee. Ik viel een beetje tussen wal en schip. Het was ten tijde van de splitsing in ’74. Eerst voetbalde ik in Veendam 3, zeg maar het hoogste en eerste amateurelftal. Hierin heb ik een aantal jaren gespeeld. Het betaald voetbal bestond uit Veendam 1 en 2. Na 1974 kwam ik te spelen in Veendam 1. Het eerste zondagteam dat in de vierde klasse uitkwam. Op dat moment was ik dus ook nog secretaris van Veendam 1894 en leider van B-1. Na de splitsing kwam er een nieuw bestuur waar ik geen deel meer van uitmaakte. Ten tijde dat ik zelf voetbalde was ik én leider én al grensrechter bij de A-1. Misschien dat je je het kan herinneren. Maar ik floot de wedstrijden van het team waarvan ik leider was zelf. In dit geval de B-1. Het jammere hiervan was dat ik dan niet kon coachen. Jan Lubben nam het later van me over. Ik kan me herinneren dat jullie toen een behoorlijk hechte groep hadden.’

Kampioenselftal 1932

Het kampioenselftal uit 1932 met onder meer de opa van Henk Nienhuis, Siewert Snijder.

Eergevoel

‘Intussen was ik al met het fluiten op amateurniveau begonnen. Ik geloof dat ik een jaar of 23 was. In het fluiten van jeugdwedstrijdjes had ik veel plezier. Vanwege wat onenigheid en knieklachten beëindigde ik mijn actieve voetbalcarrière. Vandaar dat ik iets anders probeerde. Wethouder Schaap, weet je wel die lange dunne man, was betrokken bij de COVS. De scheidsrechtersvereniging. Hij liep altijd bij het voetballen en zag me bij de jeugd fluiten. Hij kwam op een gegeven moment bij me en vroeg of arbitreren niks voor mij zou zijn. Ik moet je eerlijk bekennen dat dat mijn eergevoel streelde. Als zo’n man dat tegen je zegt. Toen heb ik mij aangemeld bij de COVS. Ik deed een spelregel- en conditietest en ging m’n eerste wedstrijden op zondagmorgen fluiten. En van het een kwam het ander. Alles raakte in een stroomversnelling. Het ging me allemaal zo gemakkelijk af. De beoordelingen waren goed. Fantastisch, geweldig. De naam Nienhuis was gevestigd. Of het leidinggeven in me zit? Ik denk het wel. Bij de belastingdienst kreeg ik later ook een leidinggevende functie. Ik omschrijf mezelf als een controlfreak. Als ik iets doe dan gebeurt dat op de Nienhuismanier. Niemand kan het beter dan ik. Maar wel altijd met een luisterend oor. Als jij me niet kan overtuigen, dat doen we het zoals ík het zeg. Nee, het initiatief en de leiding nemen zit gewoon in me. Dit heb ik van mijn moeder. Die was net zo. Zij was de leider in het gezin. Pa was of aan het werk of op het voetbalveld.’

Elftal 1972-1973

Seizoen 1972-1973. Henk Nienhuis jr. in het succesvolle derde elftal, op dat moment het hoogste amateurelftal binnen voetbalvereniging Veendam. Staand vlnr. D. Lukkien sr.. M. Bijl, H. Hulsing, B. Boschma, M. Grave, T. Velt, H. Nienhuis jr., H. Wollerich en J. de Maar (leider). Gehurkt vlnr. B. van Weperen, A. Jager, P. Stant, J. ter Veer, H. Tuin en F. Kraster.

Een gezonde wedstrijdspanning

‘Ik begon te scheidsrechteren op het laagste amateurniveau. Het was bij clubs als Engelbert en Westerbroek. Binnen twee jaar zat ik al in de top van het Groninger amateurvoetbal. Eerste klasse afdeling Groningen. Van de GVB ging ik naar de KNVB. Toen floot ik reserve klasse elftallen. Volgens mij begon ik in groep 5. Na een half jaar zat ik al in groep 4. Binnen een jaar floot ik al derdeklassers. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig arbitreerde ik al in de hoofdklasse. Dat was destijds een zeer hoog niveau. Reisde ik bijvoorbeeld af naar het Amsterdamse AFC. Of naar DHC in Delft. Floot ik om het Nederlands kampioenschap Elinkwijk-DHC in Utrecht. Dat was top-of-the-bill. Ik mocht de laatste WKE-Emmen fluiten voordat Emmen naar het betaald voetbal ging. Roelof Luinge floot de eerste pot, Nienhuis de volgende. Dát wáren wedstrijden, hoor! Of dat ik van de aanstellingscommissie een belletje kreeg. Zeiden ze: ‘Henk, we hebben voor de wedstrijd Hoogeveen-Emmen nog niemand. We dachten dat jíj dat maar moest doen.’ Nou, dan wordt je het hemd wel even voor het gat getild, hoor. De adrenaline gaat stromen, hoor. Ik had altijd een heel gezonde wedstrijdspanning. Dat had ik ook nodig.’

‘In 1984 kwam ik op de overgangslijst. Eerst floot ik regionale reserve elftallen in het betaald voetbal. Dan heb ik het over Emmen 2, Groningen 2, Heerenveen 2, Cambuur 2 en De Graafschap 2 et cetera. Als dit goed gaat word je losgelaten op de eerste divisie. Eindhoven-Heerenveen was mijn eerste wedstrijd. Deze wedstrijden werden toentertijd gespeeld op zaterdagavond half acht. Omdat ik niet met de auto durfde te reizen, nam ik altijd de trein. Wellicht had mijn aversie om met de auto te gaan te maken met mijn focus op de wedstrijd. En misschien op dat moment ook wel de angst om zover met de auto van huis te zijn.’

Het bestuur bij receptie in 1974

Het bestuur bij de receptie in 1974 van het 80-jarig bestaan van voetbalvereniging Veendam. Vlnr. J. Post, G. Huizing, H. Nienhuis jr., J. Poel, J.G. Hoetjer, H. Adam en P. Dekker.

Volgende maand deel 3 van het verhaal van Henk Nienhuis, ex-profscheidsrechter en oud-bestuurslid van voetbalvereniging Veendam 1894, dit in verband met de viering in september 2019 van het 125-jarig jubileum van de Veendammer voetbalclub. Over Scheidsrechter van de Week, een apart wereldje en veel meer.