Januari 2019

31-12-2018

Deze maand deel 4 van het verhaal van Afinus de Vries over meer trainen, kopgalgen, de gouden driehoek, de keuze van de bondscoach, Pietje de Koe en meer.

De gouden driehoek

‘Bij de amateurs trainden we twee keer per week. Maar dat was natuurlijk veel te weinig. We wilden ten tijde van het betaald voetbal minimaal drie keer per week trainen. Dat was best lastig te realiseren in verband met de beschikbaarheid van de velden. Wat we verdienden? Ik meen 5 gulden voor een training – maar dat kan ook per week zijn, hoor - , 25 gulden bij een overwinning, 15 gulden voor een remise en bij verlies kregen we niks. Ik heb het op papier staan. Wacht maar, het moet hier ergens liggen. ’ De Vries start een zoekactie op tafel. Helaas wordt het document niet gevonden. ‘Ja, ergens moet er ook nog een contract zijn.’

‘Wat ik me van mijn trainers kan herinneren? Heinrich Schmitter was een echte conditietrainer. Hij was degene die ervoor zorgde dat we kopgalgen kregen. Hij leerde ons hoog te springen én koppen. Ik weet dat in een wedstrijd Max Rosies uitviel en dat Schmitter mij toen als laatste man posteerde, als stopper zeg maar.’ Lachend. ‘Ik sprong boven alle jongens uit. Dat leerde Schmitter ons dus op de trainingen. Een goede conditie was heel belangrijk voor hem. Een training begon vrij rustig, maar daarna voerde hij het tempo genadeloos op. Ik denk zeker dat het met zijn Duitse achtergrond te maken had.’

‘Daarna kregen we De Bois. Dat was een lieve man.’ Afinus’ vrouw valt hem hierin bij. Het was een sociaal iemand, zegt ze. ‘Het was echt een sociale man. Toen we net samenwoonden en een kleine hadden, bleef hij wel eens mee-eten. Hij at gewoon wat de pot schafte,’ voegt mevrouw De Vries vanuit de keuken toe. Afinus de Vries laat weten dat het een technische trainer was.’

‘Ja, Van der Pijl kan ik me ook herinneren. Deze man had echt kijk op voetbal. Hij wist precies waar iedereen moest staan. Hij turnde mij om van aanvaller tot verdediger. Hij bracht me van voren naar achteren. Het was ook een doorzetter. Onder hem heb ik mijn beste wedstrijden gespeeld. Ze noemden ons in de achterhoede in die tijd ook wel de gouden driehoek. Max Rosies in het centrum en aan de beide zijkanten Jakob van Essen en ik. Jakob op rechts en ik aan de linkerkant.’

‘Ja, Otto Bonsema was de volgende trainer. Een heertje. Maar wel een goede trainer. Hij was ook mijn trainer als ik in de vertegenwoordigende elftallen uitkwam. Daar kende ik hem dus ook van. Als we bijvoorbeeld tegen Duitse teams voetbalden, was hij de coach. Deze van Groningen – GVAV – afkomstige gentleman was meer een tactische trainer.’

‘En in mijn laatste jaar was Evert Mur de trainer. Daarvan kan ik me niet veel herinneren. Hij wilde dat wij als backs mee opkwamen naar voren. Kijk, Jan Blijham kon dat erg goed. Maar ik moest het, met mijn beperking van een geringe snelheid, tactisch anders invullen. Ik wist in die zin heel goed waar ik wel en niet goed in was. Weet je nog wel dat bondscoach Georg Kessler kwam kijken voor Jan Blijham? Zei Kessler na de wedstrijd dat hij die andere vleugelverdediger van Veendam veel beter vond. Dat was ik.’ Nu hardop lachend: ‘Nee, die andere back moet ik hebben, liet de keuzeheer toen weten. Nee, hij heeft me niet genomen. Er waren indertijd voldoende goede flankverdedigers in Nederland.’

Ondertussen werpt mevrouw De Vries zich op als een uitstekende gastvrouw. Ze voorziet ons van een kopje thee en krokant chocoladekoekje. Keurig op een schoteltje geserveerd om overmatig knoeien te voorkomen.

‘Welke bekende namen ik nog weet uit het Noordelijk elftal? Pietje de Koe, Piet Fransen en … toe, hoe heet die ook alweer. Ik kwam er altijd voor hem in. Ach, ik kan er niet opkomen. Het was een lievelingetje van Otto Bonsema.’ Het geheugen laat Afinus hier even in de steek. ‘Nee, het was Martin Koeman niet. Die was jonger.’ Wellicht komen we er later op. Als we het bijvoorbeeld hebben over De Vries’ medespelers uit zijn Veendamtijd.

Afinus de Vries met plakboek

Veel van Veendam staat genoteerd in het plakboek van Afinus de Vries.

Deze foto stond bij een artikel in de Noord-Ooster van 25 maart 1965. Hierin zei Afinus: ‘Prettige herinneringen aan de amateurtijd, maar niet graag terug.’

Volgende maand deel 5 van het verhaal van Afinus de Vries over loepzuivere passes, een populaire Duitser, een winters poolvosje, een vrijwillige vlaggenist, een bekogelde bus en meer.