Augustus 2025

29-07-2025

Een geelzwarte diagnose (deel 1)

Otto houdt van kleur. Hij zegt het zelf. Als ik hem bezoek aan de Zuidwending in zijn riante vrijstaande woning voor het interview valt het ook meteen op. Je moet ervan houden maar in de keuken en woonkamer hangen enkele kleurrijke doeken gemaakt door erkende kunstenaars als Corneille en Brood. De expressief gemaakte schilderijen weerspiegelen het karakter van hun vormgevers. Ze hebben gouden handjes wat betreft hun creatieve uitingen. In die zin heeft Otto Voorma, de man die zegt van mensen te houden, hetzelfde als het gaat om kennis van het menselijk lichaam en het behandelen van klachten aan het bewegingsapparaat. Als allround sportmasseur en manueel therapeut heeft hij zijn sporen in het medische wereldje meer dan ruimschoots verdiend. Niet alleen in zijn eigen praktijk maar in het verleden ook bij voetbalprofclub BV Veendam en nu al een jaar bij amateurvereniging Veendam 1894. Alle aanleiding om eens in gesprek te gaan met het medische kennisvat Voorma en op zoek te gaan naar die bijzondere verhalen uit zijn BV-verleden. Ook zijn jongste ervaringen als verzorger bij 1894 zullen uitgebreid aan bod komen. Zet u schrap voor een kleurrijke verbale monoloog van een man die weliswaar al drie jaar met pensioen is, maar nog altijd druk doende is en een goede vriend graag wil helpen. Hierbij een nadere introductie, voor zover dat nog nodig is, die Otto geheel op zijn eigen wijze inkleurt. Openhartig zet hij humorvol zijn eigen verbale penseelstreken maar doet hij dat allemaal keurig binnen de lijntjes? Is het 73 tinten geelzwart of creëert hij zijn eigen kleurenpalet? Maakt u zich maar geen zorgen hoor want Voorma respecteert nog steeds het medisch beroepsgeheim. Wat volgt is een verhelderende diagnose.

Portretfoto Otto Voorma

Otto Voorma geportretteerd in zijn eigen behandelruimte.

Wie is Otto Voorma?

Maar wie is nu eigenlijk Otto Voorma? Ik stel deze vraag aan het begin van ons vraaggesprek als we ons schuin tegenover elkaar in de voorkamer hebben geïnstalleerd. Deze vraag is vooral bedoeld voor mensen die Otto nog niet kennen en wel nieuwsgierig zijn naar dit vraaggesprek. Otto laat deze vraag op zich inwerken: ‘Tja, wat wil je weten? Wat ik maar kwijt wil? Ik ben geboren (17 juni 1952) en getogen in Veendam aan het Beneden Westerdiep. Vader had een manufacturenzaak. Hij was in hart en nieren een Veendam-supporter. Als 7-jarig jochie liep ik al met pa over het Beneden Westerdiep, via de Buitenwoelkade, langs de hockeyvelden, langs de tennisbaan naar de voetbalvelden achter de staantribune. Pa nam een grote bal mee en terwijl hij op de tribune ging staan, gingen wij voetballen. In de rust kwam hij naar ons toe. Dan stopte hij ons een mars toe en liep hij een rondje om het veld. Ja, en daarna gingen wij weer voetballen. Zo kwam ik in aanraking met het voetbal en ging bij de pupillen van Veendam voetballen. Eigenlijk was voetbal niet echt mijn ding. Pa wilde graag dat zijn zoons gingen sporten. Daarom werd ik keeper. Voordat ik naar de senioren moest, ben ik gestopt. Ik denk dat ik een jaar of 16, 17 was. Ik kon ook heel slecht omgaan met jongens die er niet alles voor over hadden. Daarna ben ik andere dingen gaan doen. Zo heb ik gevolleybald en gebasketbald. Omdat ik graag wilde sporten ben ik uiteindelijk gaan fietsen. Daar kon ik mijn ei in kwijt. Als ik niet goed trainde, reed ik ook geen goede wedstrijden. Dus ik koos voor een individuele sport. Ik ben dus opgegroeid in Veendam en getrouwd geweest met Ina. Ongeveer 20 jaar geleden zijn we gescheiden. Ik heb twee kinderen, een zoon en dochter en vier kleinkinderen. Woonachtig in Gieterveen en Veendam. De oudste gaat op de fiets vanuit Gieterveen naar de Winkler Prins scholengemeenschap in Veendam. Ja, prachtig. En sinds een jaar of zestien woon ik hier nu alweer samen met Coba Dijkhuizen.

Leergierig

Op een zeker moment moest ik in militaire dienst. Tegelijkertijd werd ik gevraagd door voetbalclub Veendam of ik als invaller iets wilde doen. Otto Maarsingh was destijds clubarts. Er was weliswaar een verzorger en fysio in dienst maar beiden lagen niet goed bij de clubdokter. Totdat Maarsingh dacht: ‘Wacht eens even, ik ken iemand die ook gefietst heeft. Of hij doet nog aan wielrennen.’ Zo van: die moeten we hebben. Tevens moest er bij de profclub bezuinigd worden. Dus het was een centenkwestie. Maar ik werd benaderd met de vraag of ik het wilde doen. Ik wilde wel. Toch had de club ervoor al eens een vacature geplaatst waarin ze een verzorger vroegen. Maar eerder twijfelde ik. Wilde ik dit wel? Dat zou namelijk betekenen dat ik zeven dagen in de week moest werken. Ik had een opleiding sportmassage afgerond. Zo ben ik begonnen. Wat ik daarvoor aan scholing heb gehad? Na de lagere school heb ik de mulo gedaan. Heb ook nog een tijdje op de hbs gezeten maar dat beviel mij niet. Maar goed, ik kwam dus als invaller bij Veendam. Maar ik was erg leergierig. Toen ik stopte met wielrennen wilde ik iets doen met mensen. Het menselijke lichaam sprak mij aan. Daarna ben ik mij verder gaan ontwikkelen door het volgen van verschillende cursussen. Daarvoor ging ik bijvoorbeeld naar Zeist waarbij ik mij ook op het manuele vlak doorontwikkelde. Tot op de dag van vandaag doe ik het nog steeds met heel veel liefde. Het is een vak dat je moet voelen. Wat betreft kennis moet je vanzelfsprekend wel weten wat je doet. Maar je moet er wel een gevoel bij hebben. Dat was ook de reden dat Maarsingh mij destijds wilde hebben. Dan kun je én de verzorger én de fysio wegdoen. Met Otto krijg je twee in een en houd je nog geld over ook. Bij de BV begon ik bij de jeugd toen Jan Korte daar de jeugdtrainer was. Dat was in de jaren dat daar bijvoorbeeld Wiekens, Lukkien, Assorgia en Mac Andrew rondliepen. Zo stroomde ik later door naar de eerste selectie. Omdat ik niet alle dagdelen kon invullen kwam Santema als fysio op maandagmorgen. Mijn voorganger was inderdaad Martin Botter. Rikus was een aardige man die graag met me meeging naar uitwedstrijden. Ik vroeg altijd aan hem om oogcontact met mij te houden. Ik had zo’n opklapbare tafel. Want kijk, als je een half uur op een kuit aan het masseren bent, dan komt het niet goed. Je moet ze kort prikkelen want ze moeten zo het veld in. Dat zei ik gisteren ook tegen de jeugdspelers bij Veendam 1894.’

Organisatie BV Veendam

De namen van de mensen die de organisatie van de BV Veendam vormden in seizoen 1991-1992. (Foto uit BV Veendam-magazine)

De groep is het belangrijkste

‘Waar ik de spelers in mijn BV-tijd behandelde? Dat was beneden. Als je in het oude hoofdgebouw vanaf de kant van het zwembad vanuit de koepel naar binnen ging dan was de laatste kleedkamer rechts mijn werkruimte. Daartegenover was de kleedkamer van de spelers. Daar zijn we ooit begonnen. Dat was een oud hok. Ja, ik denk dat deze er nog steeds is. Kijk, ik ben in die zin een echte Veendam-man. Geen voetballiefhebber zoals zoveel andere mensen. Het gaat mij meer om de groep, de jongens. Dat is nog steeds zo. Ik heb minder verstand van voetbal dan wat anderen vaak denken. Dan denken ze dat ik trainer ben ofzo. Dat is niet zo. Misschien dat het soms zo lijkt. De groep waar ik mee werk is voor mij het allerbelangrijkste.’

Discussiëren

‘Toen ik bij Veendam begon had je een eerste team en een tweede. En ook nog een A-jeugd. Later kwamen daar meer elftallen en leeftijdsgroepen bij. Het klopt dat in de jaren in die zin het medische team meegroeide. In het seizoen ’97-’98 ging dat tot en met de C-jeugd. En voor ieder team had je een verzorger nodig.’ We weten niet zeker of de naamindeling uit de BV-Veendam-magazines overeen komen met de werkelijkheid van toen. Maar dat Henk Veentjer het al eerder van clubarts Maarsingh had overgenomen klopt. Er was een fysio in dienst en de verzorger bij het eerste was Otto Voorma. Verder stonden er de volgende namen genoemd in de medische staf: Klooster, Visser, Hut en Geerlings en er werd een diëtiste aan de staf toegevoegd. Jaap Smit en daarna Richard van der Woude waren destijds de loop- en conditietrainer. Voorma: ‘Inderdaad was dat dé bekende Johnny Visser van FC Groningen. Weet je, ik ben begonnen bij Veendam in de tijd van Tiemo Meertens. Daarna kwam Theo Verlangen, een Hagenees. Daarmee heb ik een paar mooie dingen meegemaakt. Hij zei een keer tegen mij: ‘Ik kan met jou niet discussiëren.’ Ik vroeg: ‘Waarom dan niet?’ Hij zei: ‘Het is bij jou altijd ja of nee.’ Ik zei tegen Theo ‘de topper’: ‘Je weet wel wat je aan mij hebt!’ Hij liet mij weten dat ik hem alles moest vertellen wat ik hoorde. Aan het eind van het seizoen toonde hij mij zijn rijk gevulde agenda met daarin alle trainingen van Boskov. Hij was zelf voetballer geweest en al die trainingen had hij overgenomen. Dat kon in die tijd nog. Tegenwoordig zijn er allerlei nieuwe ‘readers’ als het bijvoorbeeld gaat om trainingsbelasting enzovoorts. Nogmaals gaf hij naar mij toe aan dat ik niet in was voor discussiëren. Kijk, als ik tegen hem zou zeggen dat ik het niet zou weten of een speler wel of niet inzetbaar was, zou hij een voetballer kunnen opstellen met alle risico’s van dien. Dat wilde ik voorkomen. Maar ik heb verder fantastisch met hem mogen werken. Hij had wel de mazzel dat-ie de beschikking had over een aantal zeer goede spelers.’

Otto Voorma als verzorger van BV

Otto Voorma (rechtsboven) als verzorger voor het eerst op de selectiefoto. Armand Mac Andrew staat in het midden derde van rechts. (Foto op cover BV Veendam-magazine)

Veendam-iconen en de gunfactor

‘Jazeker heb ik veel bekende trainers/directeuren gewerkt. Ook met de Veendam-iconen Jan Korte en Henk Nienhuis. Deze laatste maakte ik nog mee toen hij trainer was. Een geweldige trainer maar hij leefde van conflicten. Ja haha, net als de ‘grote’ Johan Cruijff hanteerde hij meermaals het conflictmodel.’ Als er geen conflict is, moet je deze creëren. Otto: ‘Ja, dat deed Nienhuis ook. Inderdaad Cruijffiaans. Maar als trainer had ik iedere vrijdagavond overleg met hem voor de wedstrijd van zaterdag. Dan hadden we het overal over. Ook over privéaangelegenheden. Dus ja, ik had een enorm goede band met hem. Zelfs toen hij ernstig ziek was, kwam ik bij hem. Maar toen hij directeur was, had ik een haat-liefdeverhouding met hem. Hij vroeg een keer aan mij: ‘Otto, wat vind je van mij?’ Tja, wat moest ik toen antwoorden? Ja, wel eerlijk zijn. Ik zei: ‘Henk, commercieel ben je top. Punt.’ En verder zei ik niks. Ja toch. Dat is ook een antwoord. Zeker: commercieel was het een geweldige kerel. Hij liet mij een keer weten dat als hij ergens binnenkwam, hij altijd met iets terugkwam. Dat was ook zo. Hoe hij het deed weet ik niet, maar hij deed het. Nu ik in de sponsorcommissie zit bij Veendam 1894 weet ik hoe lastig het soms is. Mensen moeten je kennen en iets gunnen. Ik bel geen bedrijven waar ik niemand ken. Nienhuis was hier heel slim in. Ik praat alleen met mensen die ik ken. Die probeer ik over de streep te trekken waarbij de gunfactor heel belangrijk is. Zo van: ‘We doen het ook voor jou.’ Ondertussen kom ik er steeds meer achter dat ik een behoorlijk netwerk heb en dat heel veel mensen mij kennen. Jan Korte zei een keer tegen mij dat ik vaker naar boven moest gaan. Ik vroeg hem wat ik moest doen in de sponsorruimte. Hij zei dat het goed zou zijn voor mijn PR. Ik vroeg wat dat betekende en het zou opzoeken. Dat ik daar de volgende keer op zou terugkomen, haha. Ik gaf Jan een bespiegeling over hoe ik het zag na een wedstrijd. ‘Jij doet eerst jouw perspraatje terwijl ik nog aan het nabehandelen ben. Daarna maak ik mij fris, doe mijn clubkostuum aan en ga naar de promenade. Daar zitten de bakker, de kruidenier en de fietsenmaker. Daar ga ik naartoe en geef ze iets te drinken van mij en daarna ga ik meestal naar huis. Dat zijn de mensen die een seizoenkaart kopen.’ Nee, ik heb er niets mee. Toen ze mij vroegen om bij mijn afscheid een receptie te willen houden, wimpelde ik dat vriendelijk af. Ik zei alleen: ‘Doe mij het horloge van Klaas maar door de brievenbus.’ O nee, het is Henk Oosterhof hè, haha.’

Dopingcontrole

‘Wat Otto Maarsingh voor clubarts was? Maarsingh was een zeer kundige man. Laat ik het zo zeggen: hij leidde een nogal balsturig leven.’ Vroeger werd het profvoetbal vaak geassocieerd met drank, vrouwen en auto’s. Was dit ook nog het geval in de tijd van Otto Voorma? Otto: ‘Ja, natuurlijk. Ik zal je daar een mooi staaltje van vertellen. Op een gegeven moment gingen we in een bus naar Rosmalen. Gerard Wiekens was daar genomineerd voor een of andere prijs. Nou, daar liepen nogal wat prominenten rond. De Gullits, Rijkaards, de Derksens en noem maar op. Het viel mij op dat daar nogal wat vrouwen rond paradeerden met nauwelijks iets aan. Die liepen daar gewoon achter de spelers aan. Allemaal glamour en kitsch. Dus zeker speelde dat in die jaren negentig ook. Zeker, profvoetballers kan je in die zin vergelijken met artiesten. In het artiestenwereldje is het precies net zo. Pilletjes, doping? Dat was in de tijd dat ik bij de BV kwam wel voorbij hoor. Sterker, er werden periodiek dopingcontroles gehouden. Op het laatste moment werd hier een melding van gemaakt. Dan kwam de elftalleider binnen en zei dat er een dopingcontrole was. Via loting gebeurde dat. De voetballer die eruit werd gepikt, kreeg de vraag of hij ook middelen had gebruikt die op de lijst stonden. Zelfs pijnstillers en een astmapufje stonden op de dopinglijst. Gebruikte je dat dan behoorde je dat aan te geven. De dokter of ik moesten daarvoor een verklaring afleggen. Dat het medisch verantwoord was. Bij BV Veendam is het nooit voorgekomen dat er iemand uitgeplukt is.’

Otto Voorma als behandelaar

Otto Voorma als behandelaar van Edwin de Kruijff in actie. (Foto uit archief BV Veendam)

Screenen

Ik kwam de naam Wieger Spa tegen als verzorger bij de BV Veendam in jaargang ’93-’94. Deze sympathieke verzorger maakte ik mee bij Veendam 1894 toen ik daar in het eerste zaterdagteam voetbalde. Hij behandelde ons ook. Volgens mij kwam hij vaak op de motor bij de club. Otto: ‘Ja, Wieger was bij de profclub verzorger bij het tweede team en de A-jeugd. Wat Visser deed? Visser was er op de maandagmorgen. Hij deed een stukje verzorging. Dat was inderdaad de grote man van FC Groningen. Hij had de mazzel dat hij bij de FC alles deed in overleg met clubarts Hut. Ik had weleens een aanvarinkje met Johnny Visser. Dat had te maken met de communicatie naar buiten. Ik was in die zin hoofd van de medische dienst en alles wat naar buiten ging – naar de pers – behoorde via mij te gaan. Ik screende het voordat het naar buiten kwam. Als ik iets besprak met een trainer die vervolgens zei dat Visser iets anders beweerde, dat kon natuurlijk niet. Dan kom je als medische staf zeer ongeloofwaardig over. En dat wil ik niet.’

Verantwoorde voeding

Otto Voorma kwam bij de profclub in dienst na de gouden eredivisiejaren en voordat de misère van het eerste faillissement zich aankondigde. Wellicht heeft hij de periode in de jaren negentig meegemaakt waarbij onder leiding van trainer Jan Schulting het beste voetbal ooit bij Veendam werd gespeeld. Otto: ‘Klopt, het eredivisietijdperk was net voorbij. En de neerwaartse spiraal zette in nadat Henk Nienhuis in 2002 vertrok. In de tijd van Jan Schulting werd er een diëtiste aan de medische staf toegevoegd. Wat deze toevoegde? Jan Schulting zag in heel veel dingen een meerwaarde. En op zich is dat wel iets. Want toen ik net voor het eerst bij de club kwam, herinner ik me nog de eerste uitwedstrijd. We gingen met de bus en onze vroegere elftalleider Onno de Jong ging door de bus heen en vroeg wat de jongens straks wilden eten. De keuze was: een schnitzel of biefstuk. Ik kwam uit de wielersport en had een heel ander idee over sportvoeding. Vervolgens kwamen we in het hotel om te eten en zag ik Henk de Haan daar lopen met een juskom vol mayonaise en patat. Toen vroeg ik aan Theo Verlangen of dit een normale gang van zaken was. Hij zei: ‘Dat doen wij altijd.’ Ik antwoordde dat dit geen verantwoorde sportmaaltijd was. Ik zei: ‘Dat gaan we dus veranderen.’ Ik schopte daarmee natuurlijk wel tegen een paar zere schenen. Vervolgens stapten we over op licht verteerbaar voedsel. Op pasta’s met kip. Daarom vond Jan Schulting het later belangrijk dat er ook een diëtiste bij de club kwam. Hij had affiniteit met sc Heerenveen en kwam tot dit idee. Verantwoorde voeding. Of er mede daardoor heel goed gevoetbald werd? Schulting had niet alleen de beste spelers, samen met Jan Korte hadden ze ook het meest uitgebalanceerde team. Ja, er was toentertijd veel gedoe rondom Jan Schulting omdat hij op dat moment niet over de juiste trainerspapieren beschikte. Ze kwamen hier in de bosjes gluren of alles wel volgens de regels ging, haha. Tja, geweldige voetballers: Wiekens, Radomski, Mac Andrew, Lukkien, Slor, Wiersma, Brouwer en noem maar op. Ja, een heel goede selectie. Een trainer kan spelers beter maken, maar als hij geen goed materiaal heeft, krijgt hij nooit een goed team. Kijk nu naar 1894. Het is zaak een goede balans te vinden tussen de wat oudere jongens en die jonge gasten gedoceerd te laten instromen. Ze beter maken. Dat kan altijd maar er moet wel voetbal in zitten. Als het er niet in zit dan wordt het nooit wat. Maar in die tijd had de BV een heel goede lichting.’

Spelers ondergingen medische keuring

De spelers van BV Veendam werden aan een medische keuring onderworpen door teamarts Henk Veentjer bijgestaan en in aanwezigheid van de verzorgers Johnny Visser (voorgrond) en Otto Voorma. (Foto uit archief BV Veendam)

Voetbalhumor

Ook voegde BV Veendam naar verloop van tijd een loop- en conditietrainer toe aan de technische staf. Otto: ‘Richard van der Woude was een alleraardigste kerel maar had niet veel affiniteit met voetbal en met voetbalhumor. Hij wilde op de persdag ook altijd per se mee op de elftalfoto. Ik zelf had daar niet zoveel mee. Maar hij vond het geweldig dat-ie op de foto stond bij de BV Veendam. Maar goed, we waren op een gegeven moment op trainingskamp. Richard wilde ook mee. De spelers weten in die zin altijd wie ze kunnen beetnemen. Want wat hadden ze gedaan? Toen er getraind werd en Richard er ook bij was, zijn ze naar de receptie gegaan. Daar hebben ze de sleutel van zijn kamer gevraagd. En toen hebben ze de hele kamer leeggehaald. Alles eruit gehaald. Zelfs de kast. Dus toen Richard terugkwam, was-ie helemaal in paniek, haha. Ik maar tegen Richard zeggen dat-ie normaal moest doen. Dat hij zich er niets van aan moest trekken en net doen alsof er niks aan de hand was. En ga vanavond gewoon maar op het matras liggen. Maar het was verschrikkelijk. Nou ja, over voetbalhumor gesproken. O, je kent het verhaal al van Lesmond Prinsen en zijn mooie auto? Tja, hij was in alle staten. Je moet de dingen soms maar zo accepteren als het is.’

Anekdotes

Bij een voetbalclub is er altijd wel sprake van magere jaren maar soms ook vette jaren. Vaak wisselt dat zich af. Welke jaren heeft Otto eigenlijk meegemaakt? Otto: ‘Ik zat er een beetje tussenin denk ik. Echte vette jaren heb ik niet meegemaakt. Maar heel magere wel.’ Ik laat Otto weten dat hij in al die jaren veel mensen heeft leren kennen en heel veel mensenkennis heeft opgedaan. Otto daarover: ‘Het klinkt misschien een beetje zwaar op de hand maar ik houd van mensen. Ieder mens verdient mijn waardering. Totdat iemand het vergooit. Maar ieder mens verdient respect. Anders zou ik dit werk ook niet kunnen doen? Nee, natuurlijk niet. Je moet het werken met mensen leuk vinden. Ik daardoor een vat vol anekdotes? Dick Lukkien belde mij laatst een keer op. Hij zei: ‘Je moet vanavond even naar RTV-Noord kijken.’ Dat was een programma waarin iemand op een witte stoel op een voetbalveld kwam te zitten. Daar werden hem allerlei vragen gesteld. Ze vroegen hem of hij nog een leuke anekdote wist. Hij vertelde dat hij een keer terugkwam van een blessure en op de reservebank kwam te zitten. Het was in de tijd van Theo Verlangen. Onno de Jong was elftalleider. Op zeker moment zien we Rikus Oswald, een specifieke linksbuiten die de achterlijn moest halen en voorzetten geven - dus geen gekke dingen doen - , steeds naar binnen trekken. Toen zei ik tegen iemand op de bank: ‘Wat moet die Rikus steeds naar binnen te trekken?’ Theo Verlangen hoorde dat met zijn lange jas aan. Hij loopt naar de zijlijn en roept naar Rikus: ‘Rikus wat doe je daar?! Doe wat!’ Rikus bedenkt zich niet en roept terug: ‘Ik kan hier toch ook staan trainer!’ Theo hoorde het niet en vroeg aan mij wat-ie zei. Ik zei: ‘Ga er zelf staan!’ Toen werd Theo Verlangen helemaal gek, haha. Dus Onno de Jong trok hem aan zijn jas en zei: ‘Mooi werk trainer!’, haha. Geweldig toch. Een leuke anekdote met Theo. De jongens lagen helemaal in een deuk. Plat op de bank. Ja, dat zijn mooie herinneringen.’

Parallelle carrières

De geelzwarte profselectie in seizoen 2002-2003 met verzorger Otto Voorma (rechtsboven) en speler Armand Mac Andrew (midden derde van links). Hun carrières bij de BV liepen nagenoeg parallel. (Foto uit archief BV Veendam/Jan Kanning)

Op stap

‘Ik herinner me nog een keer dat we op trainingskamp waren in Sittard. Op de stapavond mochten de spelers weg. Dat was in de tijd van Rick Slor. Koeno Nomden was ook bij ons. Zegt je dat wat? Koeno is een goede kameraad van Mac Andrew. Nu een serieuze jongen maar hij kon vroeger wel eens wat losbandig zijn. Volgens mij was Jan Schulting destijds trainer. De jongens behoorden om een bepaalde tijd binnen te zijn. Terwijl wij als staf wat zaten te kaarten of iets dergelijks, ging een iemand stiekem als in een tekenfilm naar binnen. We deden natuurlijk net alsof we het niet zagen. Hij lag bij zijn goede vriend op de kamer en wilde naar binnen. Maar die deed natuurlijk niet open en maakte Jan Schulting al aanstalten om verhaal te halen, haha. Nou ja, dit soort dingen. Dat er jongens waren die langs regenpijpen naar beneden gingen om weer op stap te gaan.’ Otto vertelt het allemaal met zichtbaar plezier. Hij vervolgt: ‘Twee vedetten. Beide spelers waren op stap geweest. Ze komen op een gegeven moment natuurlijk veel te laat weer binnen. Tijdens een trainingskamp.’ Otto met Engels accent: ‘Trainer, het was mijn schuld. Ik had mijn horloge kapot en wist de tijd niet meer.’ Ze zijn de volgende dag gewoon naar huis gestuurd. Dat is nooit in de publiciteit gekomen. Er is in die zin nooit over gepraat. Nooit geen ruchtbaarheid aan gegeven. Sterk hè? Dit is nooit naar buiten gekomen.’

Motie van wantrouwen

Ik vraag Otto Voorma of de naam Alle Uitvlugt hem iets zegt. Hij werd in het seizoen 1999-2000 via een proefcontract aangetrokken als versterking voor het medische team van de BV Veendam. Nienhuis zag wel iets in zijn nieuwe AD-therapie. Het zou gegaan zijn in samenspraak met de medische staf. Otto: ‘AD-therapie? Nee, ik weet niet eens wat het is en wil het ook niet weten. Die man had een behandelmethode waar wij totaal niet achter stonden. Maar Nienhuis kwam wel met het idee. Dat was die man uit Emmen toch? Nee, dit ging zeker niet in overleg met ons. We stonden er totaal niet achter. Het ondermijnde ook ons medisch gezag. Eigenlijk was het een motie van wantrouwen naar ons toe. We hebben ook gezegd dat hij zijn gang kon gaan maar op tijden wanneer wij er niet zouden zijn. Inderdaad deed hij iets met dieptewerking. Al met al is het niks geworden. Het was heel snel vergane glorie. Misschien wilde Nienhuis ons er wel mee prikkelen. Wie weet? Het was zinloos en kansloos.’

Privacygevoelig

Vervolgens laat ik Otto Voorma een paar fotootjes op mijn telefoon zien. De nestor van de medici op oude elftalfoto’s van BV Veendam en in actie tijdens het behandelen van spelers. Een jonge Otto Voorma! Otto met een weemoedige stem: ‘Ach ja, kwam je deze tegen op het coverblad van een BV-magazine seizoen 1991-1992? Ja man. Onno de Jong staat er nog op. Sietse van Dellen, René van der Duin, Antoon Kuil, Dick Lukkien, Hans de Vroome, Piet Wiersma, René van der Weide, Johan Bolhuis, Grads Fühler, Paolo Assorgia, Gerard Wiekens, Jurrie Koolhof, Armand Mac Andrew, René Alberts, Lucian Ilie, Willem Brouwer, Alexander Grijpma, Henk Nienhuis. Tja, ik ken ze allemaal nog. Met Kroon Worst als sponsor op het tenue. Deze sponsor heeft ons destijds nog gered.’ Op de volgende foto is Otto te zien als behandelaar van Edwin de Kruijff in seizoen 2000-2001. Otto: ‘Tja man, Edwin de Kruijff. Ik ben niks veranderd hè, haha. Edwin wel. Dat was me wel een mannetje. Dat ik hem behandelde kan ik me nog wel herinneren. Inderdaad was het toen allemaal niet zo privacygevoelig als tegenwoordig. Toen wist iedereen wat er medisch aan de hand was en waaraan je werd behandeld. Heel anders dan nu met de AVG en dergelijke. Tegenwoordig wordt er in die zin nooit over gepraat. Nu moet alles in overleg met de patiënt. Soms vind ik dit overdreven hoor.’

Foto seizoen 2004-2005

Seizoen 2004-2005. Spelers en staf gefotografeerd met verzorger Otto Voorma (rechtsboven) en voetballer Armand Mac Andrew (midden tweede van links). Beiden zouden een seizoen later afscheid nemen van de profclub.(Foto uit archief BV Veendam/Jan Kanning)

Vertrouwensband

‘O ja, was dat een bijzonder seizoen? Een negatief clubrecord? Nee, zegt me niks. Acht nederlagen op rij? O, was dat in de tijd van trainer Martin Koopman? Dit was trouwens wel de trainer waarmee ik heel goed overweg kon. Waarom? Omdat hij heel sociaal en aimabel was. We hadden destijds de reader van Raymond Verheijen. Die man was afgestudeerd als doctor en schreef trainingsboeken. Boeken voor trainers. Daar stond trainingsstof in waarmee niet gezegd is dat je dat te allen tijde ook zou kunnen uitvoeren. Je moet met alles rekening houden. De toestand van de jongens, de toestand van de velden en noem maar op. Dus ik zei op een keer tegen Martin: ‘Mag ik je een vraag stellen? Waarom ga je altijd blind in op mijn advies?’ Want het was weleens zo dat we twee keer op een dag trainden waarbij ik aangaf dat het soms beter was één training te schrappen. Hij antwoordde: ‘Otto, wat zou ik gek zijn als ik op jouw stoel zou gaan zitten. Jij wilt toch ook niet op mijn stoel zitten?’ Zo’n vertrouwensband had ik met die man. Super. Ik heb met hem via Facebook nog wel contact. Hij heeft een paar keer ver in het buitenland gezeten. Maar Martin Koopman: een prima kerel. Ja, een geweldige, sociale man. O ja, hadden we toen ook een positief clubrecord? Acht duels ongeslagen? En hebben we toen voor het eerst in 27 jaar weer eens bij Volendam gewonnen? Of ik daar bij was? Ja, ongetwijfeld. Want ik ging met alle wedstrijden mee. Ik kan me niet voorstellen dat ik een wedstrijd gemist heb. Nee, dat van Volendam kan ik me niet herinneren. Ik heb ook zoveel wedstrijden meegemaakt. Dan moest er wel iets heel bijzonders gebeurd zijn, dat ik het nog zou weten.’

Afscheid

Otto: ‘Ja, ik heb inderdaad het afscheid van Henk Nienhuis meegemaakt en dat Johan Derksen zijn beoogd opvolger zou zijn. Zijn naam circuleerde al een tijdje in de wandelgangen. Er zijn tal van gesprekken geweest waar wij heel weinig van gehoord hebben. Nou ja, je weet dat het niet doorging vanwege het pensioenverhaal.’ Maar dat was een drogreden. Via inside-information had Derksen vernomen dat de club eigenlijk op omvallen stond. Otto: ‘Klopt, dat heb ik ook gehoord. Ik vraag me ook af of hij wel een goede directeur van een profvoetbalclub zou zijn. Kijk, weet je: hoe het allemaal achter de schermen gegaan is, zullen we nooit te weten komen. Mensen weten van me dat ik heel veel weet maar ik laat me er nooit over uit. Ik respecteer het beroepsgeheim en over bepaalde dingen praat je gewoon niet. Iedereen heeft z’n jeugdzondes.’ In 2005 nam Otto Voorma afscheid bij BV Veendam en werd opgevolgd door Roelf Dijkman. Negentien jaar later vroeg goede vriend en op dat moment hoofdtrainer Armand Mac Andrew of hij wilde helpen bij de eerste selectie van de geelzwarten. Otto: ‘Mac Andrew vroeg mij in het verleden weleens om een aantal dames te behandelen uit het meisjesteam waarvan hij toen trainer was.’

Een geelzwarte diagnose (deel 2)

Otto kijkt mee

Otto Voorma is bij Veendam 1894 niet alleen verzorger van selectiespelers én -speelsters maar zet zich als ondernemer ook in voor de sponsorcommissie. Op de foto kijkt hij mee met Coba die er zorg voor draagt dat alle wedstrijden van Veendam-1 worden opgenomen met het VEO-systeem. Live wedstrijden volgen is een kwestie van tijd.

Een beslagen bril

Voordat we met het Veendam 1894-verhaal beginnen, rondden we Otto Voorma’s loopbaan bij BV Veendam af. Hij maakte in seizoen 2003-2004 goalgetter Ronald Hamming mee. Wat was dat voor een voetballer? Otto: ‘Een goede speler, een goede spits en vooral een slimme speler. Jazeker was hij een echte goaltjesdief maar hij kwam voor veel te veel geld. Dat kon de club eigenlijk helemaal niet betalen. Dat was net als met eerder Theo ten Caat en Roy Hendriksen. En later Sjaak Polak. Met hem heb ik een keer bijna slaande ruzie gehad. Hij voetbalde toen bij Excelsior. Wij speelden toen met Veendam uit bij de Rotterdammers. De kleedkamers bevonden zich ergens in een oude barak. Middendoor liep je naar de ruimte voor de trainers en linksaf was voor de thuisclub en rechts zaten wij. Die wedstrijd wonnen wij. Ja, dat was in de eerste divisie. Nou ja, wellicht dat we gelijkspeelden maar we verloren niet. Op een gegeven moment kort na de wedstrijd loop ik vanuit de kleedkamer even naar buiten omdat mijn bril besloeg. Zie ik ineens die Sjaak Polak op me afkomen die mij klappen wilde geven. Ik vroeg hem: ‘Wat is er aan de hand?’ Maar hij wilde mij te lijf. Jan Menninga was toen als voorzitter mee. Dus ik zei: ‘Jongens houd mijn bril even vast.’ Want ja, ik laat mij niet zomaar slagen. Zei die Menninga een week later tegen mij: ‘Hest sikkom laaiter kregen’n hè.’ Nou ja, dat was dus Sjaak Polak. In Veendam was het een prima kerel hoor. Hij kon het destijds maar moeilijk verkroppen dat ze die wedstrijd niet wonnen.’

Madeliefjes plukken

Otto: ‘Tja, maar het waren allemaal spelers in hun nadagen die hier in Veendam nog wat centjes kwamen opstrijken. Zo’n Theo ten Caat ook. Dat was een geweldige voetballer die in z’n mindset hier een tikkeltje lager moest schakelen omdat hij een heel ander niveau gewend was. Hij zei weleens tegen mij: ‘Otto, als ik eerder een bal kreeg in de wedstrijd dan liepen vooraf die andere spelers allemaal al. Hier in Veendam wachten de spelers eerst totdat ik die bal krijg. Dat is het verschil.’ Otto: ‘Inderdaad, de man zonder bal bepaalt waar deze naartoe gaat. Tja, je zou het kunnen relateren aan het hier en nu bij Veendam 1894. Mac Andrew wil veel beweging in zijn elftal. Zonder bal. Toen mijn zoontje nog voetbalde bij de kabouters van DWZ, keek ik altijd al naar jongens die bewogen zonder bal. Dat kunnen in potentie de betere voetballers worden. De jongetjes die madeliefjes stonden te plukken zullen het waarschijnlijk niet worden.’ Maar inderdaad was Hamming een van de laatste grotere voetballers die ik meemaakte. Lang daarna kwam ik in gesprek met Armand Mac Andrew.’

‘Wil jij me helpen?’

Otto: ‘Mac zei tegen me: ‘Otto, het bestuur van Veendam 1894 heeft me gevraagd het seizoen bij het eerste elftal af te maken nadat de vorige hoofdtrainer Anne Semplonius was opgestapt. Maar ze hebben verder helemaal niks. Wil jij me helpen?’ Ik liet Mac weten dat ik het niet zou doen. Ik heb geen zin om weer zeven dagen in de week aan het werk te zijn. En weer op die bank te moeten zitten. Onderhand ben ik 71 en wil dit niet meer. Totdat we een keer bij hem zaten te eten. En er het voorstel kwam om op één avond per week bij de club te zijn. Nou, één avond per week wilde ik wel. Ja, in die zin wilde ik Mac wel helpen.’

Parallelle carrières

Beide mannen kennen elkaar natuurlijk al heel lang. Bij de BV Veendam liepen de carrières van beiden bijna parallel. Mac voetbalde 15 seizoenen voor BV Veendam en stopte in hetzelfde jaar als Otto. En Voorma zag als verzorger Mac Andrew als jeugdspeler al binnenkomen bij de geelzwarte profs. Dus de twee kennen elkaar van haver tot gort. Otto: ‘Ik ben bij Veendam 1894 begonnen met blessurebehandeling maar er gaat toch veel meer tijd in zitten. Maar toen ik dit Mac aanbood, vond hij het geweldig. Hij wilde mij wel ‘smokken’ maar dat hoeft echt niet, haha. Of dit komt omdat we al meer dan 15 jaar met elkaar zijn opgetrokken? Inderdaad liepen onze voetbalwegen synchroon. Maar ja dat geldt voor meer voetballers. Een Dick Lukkien, een Joop Gall bijvoorbeeld. Weet je: Mac en ik hebben altijd al een bepaalde band met elkaar gehad. Hij kwam hier al voor verzorging. Inderdaad voor massage en blessurebehandeling. Dat lag er ook aan ten grondslag. Wij hadden een iets andere band dan wat ik met andere jongens had. Ik mag hem gewoon heel graag. Dus wat ik nu doe heb ik echt voor hem gedaan. Voor geen enkele andere trainer had ik dit gedaan.’

Otto houdt spelers in de gaten

Otto Voorma houdt als verzorger bij Veendam 1894 ook tijdens wedstrijden en wisselmomenten zijn spelers goed in de gaten. Hij wil ze in de greep houden.

Wisselwerking

Otto: ‘In principe zou ik alleen op de donderdagavond aanwezig zijn. Maar mijn sportbeleving zit me in de weg. Als een speler op zaterdag geblesseerd raakt en die zie ik pas op donderdag, dat werkt niet. Daarom heb ik bewust aan het begin van het seizoen gezegd: ik kom ook op dinsdag om jullie een beetje beter te leren kennen. Maar ik ben er niet meer weggeweest! Ik leg de lat in die zin hoog. Ik wil dat geblesseerde spelers de volgende dag contact met mij hebben. Of ik zie ze of ik hoor hoe ze er voor staan. Ik merk dat er een bepaalde wisselwerking met de jongens is. Ze merken aan me dat ik er alles aan wil doen om ze fitter te maken en een stuk revalidatie met ze doe. Een blessurebehandeling. Gepassioneerd. Vandaag belde mij nog een revaliderende speler op. Hoewel het seizoen er al op zit, vroeg hij of ze vanavond nog iets gingen doen. Ook in de winterstop was ik met de geblesseerden Yorick Zuur en Melvin Tehubijuluw aan het trainen. Met andere woorden: ik leg de lat hoog en de jongens gaan hier goed mee om. Gisteravond nog gaf ik een presentatie voor de selectie- en jeugdspelers. Over gezonde voeding en hoe je bijvoorbeeld een goede warming up doet. Vooral niet teveel rekken en strekken. Voetbal is een (semi)-explosieve sport. Je moet dus juist zorgen dat je spierspanning krijgt. Ze vroegen hoe je dat dan moest doen. Nou, ik legde het ze uit. Je begint rustig te lopen. En daarna sneller en sneller. Spierspanning opbouwen. De meeste spieren die je gebruikt bij voetbal zijn toch je hamstrings. Het is aanzetten, wenden en keren. Voortdurend komt het op je hamstrings aan. Na afloop kwamen de jeugdspelers mij bedanken: ‘Bedankt meneer hè!’ Prachtig toch! Daar doe je het graag voor.’

Geconcentreerd als staflid

Als medisch staflid volgt Voorma (links op de foto) geconcentreerd de verrichtingen van zijn spelers. ‘Ik wil dat ze zich melden.’

Professionaliteit versus amateurgedrag

Otto Voorma heeft nu een volledig seizoen meegedraaid met de zaterdag mannenselectie van Veendam 1894. Wat zijn z’n ervaringen met de amateurvoetballers? Heeft hij zijn verwachtingen ook moeten bijstellen omdat het natuurlijk geen (full)profs zijn? Otto: ‘Ik heb een fantastisch mooi seizoen ’24-’25 gehad. Hier en daar met een paar kleine kanttekeningetjes maar heb ik van de jongens en staf genoten. Waarom? Ja, dan gaat het om de beleving. Het respect van de jongens naar ons als staf. En zeker ook naar mij persoonlijk. Zeker vertaal ik dat naar Mac maar ook naar mij. Kijk, ik zei al eerder dat ik de lat hoog leg. Ik vroeg ook aan het bestuur: als jullie mij té professioneel vinden, moet je het zeggen. Maar ik vind dat ik veeleisend naar de jongens mag zijn. Als ze hierin meegaan vind ik dat prima maar ik kan ze niks verplichten. Maar ik vind dit wel heel belangrijk. Ze moeten wel beter willen worden hè.’ Otto is zo’n 20 jaar werkzaam geweest in het professionele sportwereldje. Nu verricht hij z’n activiteiten bij een amateurvereniging. Matcht dat met zijn ideeën over sportbeleving? Otto: ‘Ik moest hier zeker aan wennen. Vooral aan het gedrag van sommige spelers. Ook bijvoorbeeld na een wedstrijd. Een biertje drinken na afloop vind ik prima maar als ik soms zie wat er in wordt gegooid. Man, man, man, is dit nou echt nodig? Als ik voor mezelf spreek dan drink ik helemaal niet als ik met de auto ga. Als Coba mee is drink ik twee tripeltjes en ga naar huis. Natuurlijk ben ik ook iets ouder dan de jongens. Meer zou ik ook niet meer trekken. Los van dit alles vind ik die bovenmatige bierconsumpties absoluut zinloos. Verder stoor ik mij ook aan het rookgedrag rondom het clubgebouw. Dit zijn dingen waar ik nooit aan zal wennen. Precies: dit is het verschil tussen professionaliteit en amateurgedrag.’

Kanttekeningen

Otto: ‘Ik vind dat dit gedrag absoluut niet bij sport past. Het is inderdaad een van mijn kanttekeningen. Verder past het niet bij een individuele en teamgerichte sportbeleving. Als individu en team beter willen worden. Zie bijvoorbeeld ook het fenomeen zaalvoetbal. Ja hoor, dit issue is inmiddels wel de wereld uit. Maar het was wel een terugkerend item dit seizoen. En er wordt nog steeds een heikel punt van gemaakt. Vooraf het seizoen hebben we het duidelijk gesteld: als je wilt gaan zaalvoetballen (op vrijdagavond) dan moet je dat zelf weten. Maar dan hoor je niet bij de selectie voor het eerste elftal. Voor het afgelopen seizoen is het gedoogd bij het tweede elftal. In het komend seizoen 2025-2026 is het zaalvoetballen (op vrijdagavond) voor beide elftallen taboe. Zeker zal het gehandhaafd moeten worden. Afgelopen seizoen is er in verband met noodsituaties wel eens afgeweken van deze maatregel. En dat is niet altijd handig geweest. Voor de korte termijn ben je even uit de brand maar voor de langere termijn schiet je hiermee je doel voorbij. Dit kan komend seizoen niet weer gebeuren. Het is ook niet uit te leggen: er is niemand die mij kan vertellen dat als je op vrijdagavond zaalvoetbalt, je op zaterdagmiddag topfit bent. Je kunt dan absoluut niet optimaal presteren. Nog los van het feit dat je geblesseerd kunt raken. Je moet dit gewoon niet willen. En laten we eerlijk zijn: het is geen zaalvoetbal maar horecavoetbal. Je kunt mij niet wijs maken dat als je om twee, drie uur ’s nachts op handen en voeten Sportplein uitkomt je op zaterdagmiddag een topprestatie kunt leveren. Het is prima als ze dit willen. Iedereen moet dit zelf weten. Maar dan moet je niet in een prestatie-elftal willen gaan voetballen. Ook medisch kan ik dit onderbouwen. Uiteindelijk moet het bestuur van de club hier tijdig in meegaan. Anders krijg je voor komend seizoen weer hetzelfde verhaal. Maar het is nu definitief. Iedereen weet waar-ie aan toe is.’

Medische bijstand

Soms ontkomt Otto Voorma er niet aan om ook tijdens een wedstrijd medische bijstand te verlenen.

Overwegend positief

Otto: ‘Ik kijk met een positief gevoel terug op het afgelopen seizoen. Alleen van wat ik in eerste instantie met het bestuur had afgesproken – dat ik alleen op de donderdagavond op de club zou zijn – is niets terechtgekomen. Ik was er ook op dinsdagavond en op de wedstrijddag en Coba is de wedstrijden gaan opnemen met het VEO-systeem. Nou heeft Coba niet zo heel veel met voetbal maar ze vindt het leuk om bij deze groep te zijn. Daar heeft ze ontzettend veel plezier in. Net als met de laatst gehouden sponsormiddag waarbij ze gewoon achter de bar stond. Ze mag graag dingen organiseren. Er zijn bijvoorbeeld vergevorderde gesprekken om in het nieuwe seizoen wedstrijden van Veendam 1894-1 live te kunnen bekijken. Dat wordt zeker geconcretiseerd. Samenvattend kan ik zeggen dat ik overwegend positief ben over de ontwikkeling van de afgelopen jaargang.’

Rijpingsjaar

Otto: ‘Hoe ik alvast vooruitkijk naar het komende voetbalseizoen? Wat er nog moet verbeteren willen de geelzwarten ooit hogerop gaan voetballen? Je moet in ieder geval zorgen dat je deze groep intact houdt.’ Uit betrouwbare bron heeft uw verslaggever vernomen dat dit inderdaad het geval is. Alleen Robin Mik vertrekt naar Lycurgus en Owen de Bruijn en Nick Nijboer stoppen. Otto: ‘Verder is het belangrijk dat de jeugd die doorstroomt dezelfde kwaliteit kan leveren wat er van hen verwacht wordt op dit niveau. Om bijvoorbeeld straks naar de tweede klasse te kunnen. Laten we eerlijk zijn. Als je de mogelijkheid krijgt om te promoveren moet je dat zeker doen. Maar voor deze groep zou het denk ik te vroeg komen. Tenminste als je naar het niveau van de afgelopen competitie kijkt. Dan moet je tot de conclusie komen dat je op dit moment nog niets in die tweede klasse hebt te zoeken. Nacompetitie zou leuk zijn geweest maar dat alle ploegen uit onze competitie al in de eerste ronde sneuvelden, zegt genoeg over de sterkte hogerop. Dus ja, dan klopt het wel. Je kunt inderdaad spreken van een rijpingsjaar waarin de spelers weer iets volwassener zijn geworden.’

Verbondenheid met BV

De verbondenheid tussen Veendam 1894 als moedervereniging met de voormalige profclub BV Veendam komt tot uitdrukking in deze foto. Otto Voorma, Harm Hensens, Joop Gall en Armand Mac Andrew (vlnr.) samen op de foto voor het oefenduel van Veendam 1894 met het SC Stadskanaal van trainer Joop Gall.

Stormachtige ontwikkeling

Otto: ‘Sommige jeugdspelers zoals een Mark Wijnsema hebben zich stormachtig ontwikkeld. Het is een voorbeeld van een jongen waar een ‘goede kop op zit’. Beslist geen zeikerdje. Belangrijk is om het spul bij elkaar te houden, verder te rijpen en volwassen te worden. En op een gegeven moment de vruchten plukken. Sommige jongens zijn nog in de groei en kunnen alleen maar beter worden. Vanzelfsprekend is het dan wel van belang dat ze de juiste begeleiding krijgen. Zowel technisch als medisch. Ja, dit is van cruciaal belang. Tja, waarom verkast een goede jeugdtrainer van JO-17 naar GVAV? Waarom is Veendam 1894 niet in staat om zo iemand te behouden?’ De jeugdopleiding zou toch het fundament bij een voetbalvereniging moeten zijn. De belangrijkste pijler waarop alles rust. Zonder goede jeugd geen toekomst! Otto: ‘Daarom is het van wezenlijk belang om deze talentvolle selectie zoveel mogelijk bij elkaar te houden.’ Zoals gezegd gebeurt dat. Er vertrekt slechts één speler en er komt er één voor terug. Twee spelers stoppen waarvan een noodgedwongen en de rest blijft. Ook teammanager Harm Hensens stopt. Op zijn Facebookpagina vertelt hij zíjn kant van het verhaal.

Een fragment uit de Daltons, een paardenlul en blufpoker

Otto: ‘Als een trainer je als speler niet (in de basis) opstelt, dan ligt het probleem bij de speler en niet bij de trainer. De voetballer zelf bepaalt of een trainer hem opstelt. Ik herinner me een keer Hennie Meijer. Volgens mij was Jan Schulting toen trainer. Hennie stond wissel. De trainer vroeg of iemand nog iets te vragen had. Hennie stak zijn vinger op en vroeg: ‘Wil je vandaag niet winnen trainer?’, haha. Geweldig toch! Ik herinner me dat we tijdens de nacompetitie een keer op zondag gingen trainen. We moesten om negen uur ’s morgens verzamelen in de koepel. Iedereen was er. Hilvert Huls had de koffie klaar. De avond daarvoor had Hennie Meijer de trainer laten weten dat het hem de volgende morgen niet zou lukken. Mijn vrouw is in Amsterdam en ik heb de kinderen. Jan Schulting zei: ‘Hennie, jij bent inventief genoeg en bedenkt wel iets.’ Nou, de volgende dag voelde ik het al aankomen. Komt er zo’n Opel Astra Station aanrijden en wie stapt eruit? Hij had zo’n houtje-touwtjejas aan en een pet op. Vervolgens gaat de achterdeur open en komen er drie kwik, kwek en kwak-kinderen uit. Rugtasjes op. En zo kwam Hennie binnen en zei: ‘Nou trainer, ik ben er hoor!’ En ging zich daarna doodgemoedereerd omkleden. Je had Jan Schulting moeten zien kijken. Het was net een fragment uit de Daltons, haha. Geweldig. Iedereen deed het bijna in de broek van het lachen. Hennie had een keer tegen de groep gezegd: ‘Jongens, we gaan vanavond uit eten en ik betaal.’ Ach, dat hoeft niet hoor, had een van de jongens gezegd. Hennie zei: ‘Oké, dan niet.’ Haha. Ging dat etentje niet door. Prachtig toch! Tja, dit soort anekdotes moeten je gewoon een keer te binnen schieten. Zo weet ik nog iets leuks over Henk de Haan. Hij was een keer geblesseerd. Theo Verlangen was trainer. We hadden verloren. Iedereen zat na afloop in de kleedkamer toen Henk de Haan ineens binnenkwam. Zei hij tegen Theo Verlangen: ‘Trainer, hoe kan je nou zo’n wissel doen?’ Verlangen reageerde alsof hij door een wesp werd gestoken. Hij pakte Henk vast en bonjourde hem zo uit de kleedkamer: ‘Eruit jij! Paardenlul dat je bent!’, haha. Dat moet je natuurlijk nooit doen. Iedereen was in de mineur en dan zo’n opmerking maken. En zoals je misschien al wist, werd er in de bus volop gepokerd. Het ging om grof geld. Ik begreep er niks van, maar deed toch mee. Met z’n vieren en blijkbaar kon ik goed bluffen. Terwijl ik een heel slechte kaart had, legde ik er zoveel bij. Waren de anderen in één keer weg. Kreeg ik dus de pot. Nou, die Verlangen kon dat niet waarderen en begon te vloeken en te tieren. Zo van: ‘Die gozer kan er helemaal niks van!’ Bij een volgend rondje had ik wél een wereldkaart maar ze geloofden me niet. Kreeg ik wéér de pot. Haha. Prachtig!’

Hersteltraining

Otto Voorma begeleidt zo optimaal mogelijk geblesseerde spelers zodat hoofdtrainer Mac Andrew ze probleemloos kan laten instromen. Op de foto werkt hij een hersteltraining af met jeugdig talent Melvin Tehubijuluw.

Plezier

Otto: ‘Wat mijn verwachtingen voor het komende seizoen zijn bij Veendam 1894? Afgelopen seizoen hebben we volgens de doelstelling van de trainer gepresteerd. We zijn bij de eerste drie geëindigd en hebben tot het laatst meegedaan om een prijs. Het belangrijkste is geweest dat we met elkaar veel plezier hebben gehad. Als je wint heb je ook plezier? Ja, dat klopt, maar als je geen plezier hebt dan win je ook niet. Inderdaad, als je niet wint, heb je ook geen plezier. Die beide dingen hangen nauw samen. Maar nogmaals: als je geen plezier hebt in de dingen die je doet, wordt het niks. Kijk, als ik geen plezier meer in het fietsen zou hebben, dan wordt het niets. Dan ga je misschien wel maar dan train je niet. Dan heb je gewoon gefietst.’

In de greep houden

Ik vraag Otto of de doelstelling alleen van de trainer kwam of van de groep als geheel. Wil de trainer iets bereiken of wil de hele selectie dat? Was het een gedeelde missie? Otto: ‘Ik denk dat het een gezamenlijke gedachte moet zijn. Het is toch een team-verhaal! Iedereen moet het willen! Ik denk dat bij de volgende doelstelling de lat hoger moet liggen. We hebben er dit seizoen aan mogen ruiken. Komend seizoen moeten we hier overheen gaan. Ja natuurlijk moeten we er alles aan gaan doen om een prijs te pakken. Eigenlijk is er maar één prijs en dat is de eerste. Ja, dat is de hoofdprijs. Die andere zijn troostprijzen. Vanzelfsprekend kom je tijdens een seizoen van alles tegen. Soms zit het mee, soms tegen. Kijk, als er gelijk in het begin twee met een kruisbandblessure afvliegen, heb je niks te willen. Kijk, ik luister naar wat de jongens zelf zeggen. Over de lat hoog leggen gesproken. Zoals ik eerder zei: ik eis van de jongens dat ze zich melden. Afgelopen seizoen is dat een paar keer mis gegaan. Dat ze zonder zich te melden wel in het veld stonden. Mijn meerwaarde is dat als jongens geblesseerd raken, ik ze in mijn greep wil houden. Ik wil weten wat er gebeurt. Nu ben ik ook bezig met jongens die langdurig geblesseerd zijn, ze conditioneel op peil te houden. Dat ze zo weer in kunnen stromen. Zie de voorbeelden van Yorick en Melvin. Mac weet van me dat als de spelers terugkomen, ze fit zijn. Ja, mooi hè. Koen Kort leek nooit meer te kunnen voetballen, maar nu ruikt hij er alweer aan. Daar heb ik lol aan. Om met dit soort jongens te trainen. Thijs Graver stuurde me vanmorgen een berichtje dat hij ook graag mee wilde trainen.’

Leermomenten

Armand Mac Andrew is voor het eerst hoofdtrainer. En trainer zijn is een ervaringsvak. Ook Mac Andrew zal z’n leermomenten in dit seizoen hebben gehad. Hij lijkt me een coach die daarmee, net als de spelers, zijn voordeel gaat doen. Otto zal hem in die zin ondersteunen en eventueel van goede adviezen voorzien. Otto: ‘Ja, en je weet dat ik in de sponsorcommissie van Veendam 1894 zit. Dat doe ik ook met heel veel plezier. Ik moet helaas ook constateren dat niet iedereen er even hard aan trekt.’

Continuïteit

Otto: ‘Of ik net zolang doorga als hoofdtrainer Mac Andrew? Ik heb vorig jaar gezegd dat ik me drie jaar voor deze club wil gaan inzetten. Er is nu een jaar voorbij. Een jaar zou te kort zijn. Dan heb je geen continuïteit. Dat werkt niet. Je bent nu iets aan het opbouwen hè. En je werkt grotendeels met jonge jongens. Ik merk ook dat ik redelijk in de groep lig. Jij mag zeggen als je dit anders ziet.’ Otto neemt in die zin natuurlijk ook een bak aan ervaring mee. Otto: ‘Een jeugdspeler zei het gisteren nog. Maar ja, ik had hun vader kunnen zijn. Wat zeg ik: hun opa, haha! Zo is het natuurlijk wel. Nee, zeker wil ik niet zo overkomen. Ik wil het beste in ze naar boven halen. Gerichte adviezen geven. Doe dat niet, doe dat zo en doe dat wél. Dat is beter voor je. Zie gisteravond toen die jeugdspelers aan het rekken en strekken waren. Ik vroeg: ‘Waarom doe je dat?’ De ouders stonden erbij. Een beetje grijnzen, maar zo moeten ze het wel leren hè. Vervolgens komen ze na de wedstrijd bij me en zeggen: ‘Bedankt meneer hè!’ Tja, prachtig toch!’ Mooi dat in die zin de continuïteit voor de komende twee seizoenen gewaarborgd is. De randvoorwaarden om te kunnen presteren moeten aanwezig zijn. Otto: ‘Ja, natuurlijk is dit belangrijk. Er is veel talentvolle jeugd. En Mac weet van mij dat als een speler geblesseerd is, dat het goed komt. Het klinkt misschien arrogant maar zo is het wel. Afgelopen seizoen is het qua blessuregevallen redelijk goed gegaan. Een zware blessure kan je nooit helemaal voor zijn maar probeer het daarna zo goed mogelijk weg te zetten.’

Prijs pakken

Komend seizoen hoopt Otto Voorma (links) samen met de voltallige staf en spelersgroep een prijs te pakken in een zeer interessante zaterdag derde klasse R. Het belooft een bijzonder spannende competitie te worden.

Positiviteit

‘Hoe Mac het in zijn eerste jaar als hoofdtrainer heeft gedaan? Zeker positief. Hij bewerkstelligt veel positiviteit. En is een echte liefhebber. Van goed voetbal vooral. Zeker heeft hij heel veel ervaring en neemt de nodige knowhow mee. Ja, het klopt. De trainers die ik heb meegemaakt als verzorger heeft Mac meegemaakt als voetballer. Natuurlijk is dit bagage. Je moet het wel allemaal opslaan hè. Als het goed is staat dit allemaal bij hem op de harde schijf. En hij heeft zich ook al weer moeten bijscholen ten aanzien van het trainersvak. Hij is zelfs al in Den Bosch geweest.’

Geel, zwart, rood en wit

We gaan na een afronding van ons gesprek. Ik vraag aan Otto of ik hem alles heb gevraagd. Welke vraag had ik je nog moeten stellen of had je verwacht dat ik die in ieder geval zou stellen? Otto: ‘Nee hoor. Het is prima zo. Ik heb het heel erg naar m’n zin. De dingen die ik nu voor Veendam 1894 doe is meer dan zat. Meer ga ik echt niet doen. Want soms denk ik al dat het aardig veel wordt. Je hebt gelijk. Ik moet mezelf niet voorbijlopen. Maar ja, ik wil dingen van de grond krijgen hè. Terwijl ik weet dat het in een organisatie soms best lastig is om dingen voor elkaar te krijgen. Ik ben iemand van: wat ik in mijn hoofd heb moet ook gebeuren. Doe dat maar eens in een traag werkende machinerie. Het gaat gauw negatieve energie opleveren. Omdat anderen zich niet aan afspraken houden of zich niet voldoende inzetten.’ Vind ze maar eens. Kundige vrijwilligers die zich voor een vereniging willen inzetten. Het is een lastig verhaal. Steeds minder mensen moeten meer werk doen. Veelal worden mensen overvraagd. Onlangs luidde VV Wildervank de noodklok. Een noodkreet om de vereniging in de benen te houden. Een op een zou je deze noodoproep op veel verenigingen kunnen leggen. Otto: ‘Ja, het beste zou zijn als Wildervank en Veendam samen zouden gaan. Dán heb je een club. Dan laat je de jeugd in Wildervank trainen en de senioren in Veendam. Ja, krijg dit maar eens voor elkaar! De BV Veendam en Veendam 1894 was altijd al een probleem. Dan heb je het over oud zeer, de kop stijf houden en alleen maar aan zichzelf denken. Zeker niet in het belang van de club. Tja, wat een mooie vereniging zou dat zijn en binnen een paar jaar speel je gegarandeerd in de hoogste klasse.’ Was getekend Otto Voorma. Ik vraag hem maar niet naar de nieuwe clubkleuren van zo’n fusievereniging.

Indeling seizoen 2025-2026 Noord zaterdag derde klasse R:

Competitie-indeling

De amateurvoetbalharten gaan ongetwijfeld sneller kloppen bij de nieuwe competitie-indeling 2025-2026. Het zijn niet alleen enkele oude bekenden maar ook enkele nieuwe verenigingen die er met elkaar vast en zeker een spannende competitie van gaan maken in 3R. Met wederom de onvervalste Parkstadderby tussen Veendam en Wildervank op het voetbalmenu. (Foto Hollandse Velden)

Veendam 1894 speelt haar thuiswedstrijden in het Henk Nienhuis Stadion aan De Langeleegte.

De foto’s zijn genomen door Klaas Fleurke tenzij anders vermeld.

Meer info en fotomateriaal op Facebookpagina De Langeleegte huilt.